Gerlof Molenaar 

gaf gesneuvelden

een gezicht

De Tweede Wereldoorlog kroop lang geleden al onder zijn huid. De schrijnende verhalen grepen hem bij de strot. Dat gebeurde ongemerkt, toen het duinlandschap van Ameland gewoon de grote achtertuin was van jongens als Gerlof Molenaar. Gevaar zagen de knapen niet in de half onder zand gestoven bunkers; op die gemetselde schuilplaatsen kon je prachtig klimmen en stunten. 


Voor de verhalen die schuilgingen áchter de gewraakte bolwerken van de Duitse bezetter interesseerde Gerlof (nu 54) zich veel later pas. Al klinkt het vreemd, voor hem begon de oorlog écht te leven op de dodenakker. ‘Mijn vader werkte bij de buitendienst van de gemeente Ameland en onderhield de oorlogsgraven op de algemene begraafplaats in Nes. Dus daar kwam ik wel en ik raakte erdoor gefascineerd.’

Gezichten achter de zerken

Al die stenen, al die namen van omgekomen jonge jongens. Gerlof stond er vaak letterlijk bij stil. Militairen van de landmacht, de marine, de koopvaardij. Tientallen piloten, navigators en boordschutters uit Engeland, Canada, Nieuw-Zeeland die in het luchtruim van Ameland aan hun einde kwamen. ‘Hun namen en data van overlijden waren wel bekend, maar dat was het dan ook. Ik wilde er meer van weten.’

Gerlof zocht – en vond – veel informatie over toesteltypes die waren gecrasht, of over de bemanningsleden. Hij dook persoonlijke levensverhalen op en maakte kennis met de gezichten achter de zerken. ‘Dan heb je ineens een beeld bij zo’n gesneuvelde militair. Zo iemand gaat meer voor je leven.’


De zoektocht stopt nooit

Een eindeloze reeks gegevens is het resultaat van een jarenlange zoektocht, samen met René Metz. Een zoektocht die eigenlijk nooit stopt. ‘Er is nog steeds contact met de nabestaanden, met families in het buitenland die een speciale band met Ameland voelen omdat hun vader, grootvader of oom hier begraven ligt.’ Gerlof en René speurden ze, met wisselend succes, op. Ze verslonden boeken over de oorlogsjaren, sprokkelden mondjesmaat info bij elkaar via internet en collega-onderzoekers. Tot de puzzel langzaam maar zeker vorm kreeg.

Nu heeft Gerlof van ongeveer de helft van alle 69, op Ameland begraven oorlogsslachtoffers een foto in bezit. Foto’s die hij traditiegetrouw in de week vóór 4 mei al bij de bijbehorende graven plaatst. ‘Ik krijg daar veel positieve reacties op, er zijn heel veel bezoekers rond dodenherdenking die bewust langs de foto’s lopen. Opvallend veel gasten van de vaste wal, ook Duitsers.’

Bodemvondsten

Het jongensspel van vroeger maakte plaats voor serieus onderzoek naar wat, tot op de dag van vandaag, onder zand verborgen ligt. Zeker eens per week trekt Gerlof er samen met zijn oudste zoon Cyprian (26) op uit en laten ze hun metaaldetectoren piepen en grommen boven historische grond ‘op West’. ‘Vooral in de buurt van de voormalige jeugdherberg in Hollum vinden we veel.’ Veel last van concurrentie heeft hij niet. ‘De meesten zoeken niet naar die ouwe troep’, grijnst hij. Voor Gerlof zijn de bodemvondsten van grote waarde. Scherven van een Duitse bierpul bijvoorbeeld, of nog gave fragmenten van de Batterieborden; het bekende Makkumer aardewerk met daarop het wapen van Ameland.  Maar ook glaswerk, knopen, munten, onderscheidingen. Het duinzand geeft, ook tachtig jaar na dato, nog van alles prijs.

‘Ooit hoop ik er een te vinden’

Veel van die bodemvondsten, foto’s, documenten en schaalmodellen van vliegtuigen zijn te zien in het Bunkermuseum in Hollum. Een groot deel bewaren Gerlof en Cyprian in hun eigen privécollectie. Zijn zoon raakte al net zo gefascineerd. ‘Onlangs vonden we nog de restanten van drie bierpullen. Dat proberen we thuis weer te lijmen en te herstellen. Dan ben ik zielsgelukkig’, bekent Gerlof.

Op één specifiek object heeft hij z’n zinnen gezet. ‘Voor elk uit de lucht geschoten toestel kreeg de luchtdoelbatterij in Hollum een wimpel voor aan de vlaggenmast’, vertelt Gerlof. ‘Er is een foto waarop dertien van die vaantjes te zien zijn. In het begin van katoen, later van metaal. Dus die zou ik met mijn detector moeten kunnen opsporen. Ooit hoop ik er nog een te vinden.’

Een verzoekje van Gerlof Molenaar: ‘Als mensen nog beschikken over informatie of voorwerpen uit de oorlogstijd, maar er geen belang meer aan hechten, kunnen ze altijd contact met mij opnemen.’ Hij is bereikbaar via tel. 0519-542892 of mail: g.molenaar@knid.nl.

(Samen met Martin Peters schreef Gerlof Molenaar het boek “Erfenis van de Storm, oorlogsgraven op Ameland”. Een uitgave van de Historische Vereniging Ameland 1940-1945. Uitgeverij NL Books www.aviationwarbooks.nl

 


Tekst: Jolanda de Kruyf, Roelof Tienkamp Fotografie: Jantina Scheltema

Gerlof Molenaar 

gaf gesneuvelden

een gezicht

De Tweede Wereldoorlog kroop lang geleden al onder zijn huid. De schrijnende verhalen grepen hem bij de strot. Dat gebeurde ongemerkt, toen het duinlandschap van Ameland gewoon de grote achtertuin was van jongens als Gerlof Molenaar. Gevaar zagen de knapen niet in de half onder zand gestoven bunkers; op die gemetselde schuilplaatsen kon je prachtig klimmen en stunten. 


Voor de verhalen die schuilgingen áchter de gewraakte bolwerken van de Duitse bezetter interesseerde Gerlof (nu 54) zich veel later pas. Al klinkt het vreemd, voor hem begon de oorlog écht te leven op de dodenakker. ‘Mijn vader werkte bij de buitendienst van de gemeente Ameland en onderhield de oorlogsgraven op de algemene begraafplaats in Nes. Dus daar kwam ik wel en ik raakte erdoor gefascineerd.’

Gezichten achter de zerken

Al die stenen, al die namen van omgekomen jonge jongens. Gerlof stond er vaak letterlijk bij stil. Militairen van de landmacht, de marine, de koopvaardij. Tientallen piloten, navigators en boordschutters uit Engeland, Canada, Nieuw-Zeeland die in het luchtruim van Ameland aan hun einde kwamen. ‘Hun namen en data van overlijden waren wel bekend, maar dat was het dan ook. Ik wilde er meer van weten.’

Gerlof zocht – en vond – veel informatie over toesteltypes die waren gecrasht, of over de bemanningsleden. Hij dook persoonlijke levensverhalen op en maakte kennis met de gezichten achter de zerken. ‘Dan heb je ineens een beeld bij zo’n gesneuvelde militair. Zo iemand gaat meer voor je leven.’


De zoektocht stopt nooit

Een eindeloze reeks gegevens is het resultaat van een jarenlange zoektocht, samen met René Metz. Een zoektocht die eigenlijk nooit stopt. ‘Er is nog steeds contact met de nabestaanden, met families in het buitenland die een speciale band met Ameland voelen omdat hun vader, grootvader of oom hier begraven ligt.’ Gerlof en René speurden ze, met wisselend succes, op. Ze verslonden boeken over de oorlogsjaren, sprokkelden mondjesmaat info bij elkaar via internet en collega-onderzoekers. Tot de puzzel langzaam maar zeker vorm kreeg.

Nu heeft Gerlof van ongeveer de helft van alle 69, op Ameland begraven oorlogsslachtoffers een foto in bezit. Foto’s die hij traditiegetrouw in de week vóór 4 mei al bij de bijbehorende graven plaatst. ‘Ik krijg daar veel positieve reacties op, er zijn heel veel bezoekers rond dodenherdenking die bewust langs de foto’s lopen. Opvallend veel gasten van de vaste wal, ook Duitsers.’

Bodemvondsten

Het jongensspel van vroeger maakte plaats voor serieus onderzoek naar wat, tot op de dag van vandaag, onder zand verborgen ligt. Zeker eens per week trekt Gerlof er samen met zijn oudste zoon Cyprian (26) op uit en laten ze hun metaaldetectoren piepen en grommen boven historische grond ‘op West’. ‘Vooral in de buurt van de voormalige jeugdherberg in Hollum vinden we veel.’ Veel last van concurrentie heeft hij niet. ‘De meesten zoeken niet naar die ouwe troep’, grijnst hij. Voor Gerlof zijn de bodemvondsten van grote waarde. Scherven van een Duitse bierpul bijvoorbeeld, of nog gave fragmenten van de Batterieborden; het bekende Makkumer aardewerk met daarop het wapen van Ameland.  Maar ook glaswerk, knopen, munten, onderscheidingen. Het duinzand geeft, ook tachtig jaar na dato, nog van alles prijs.

‘Ooit hoop ik er een te vinden’

Veel van die bodemvondsten, foto’s, documenten en schaalmodellen van vliegtuigen zijn te zien in het Bunkermuseum in Hollum. Een groot deel bewaren Gerlof en Cyprian in hun eigen privécollectie. Zijn zoon raakte al net zo gefascineerd. ‘Onlangs vonden we nog de restanten van drie bierpullen. Dat proberen we thuis weer te lijmen en te herstellen. Dan ben ik zielsgelukkig’, bekent Gerlof.

Op één specifiek object heeft hij z’n zinnen gezet. ‘Voor elk uit de lucht geschoten toestel kreeg de luchtdoelbatterij in Hollum een wimpel voor aan de vlaggenmast’, vertelt Gerlof. ‘Er is een foto waarop dertien van die vaantjes te zien zijn. In het begin van katoen, later van metaal. Dus die zou ik met mijn detector moeten kunnen opsporen. Ooit hoop ik er nog een te vinden.’

Een verzoekje van Gerlof Molenaar: ‘Als mensen nog beschikken over informatie of voorwerpen uit de oorlogstijd, maar er geen belang meer aan hechten, kunnen ze altijd contact met mij opnemen.’ Hij is bereikbaar via tel. 0519-542892 of mail: g.molenaar@knid.nl.

(Samen met Martin Peters schreef Gerlof Molenaar het boek “Erfenis van de Storm, oorlogsgraven op Ameland”. Een uitgave van de Historische Vereniging Ameland 1940-1945. Uitgeverij NL Books www.aviationwarbooks.nl

 


Tekst: Jolanda de Kruyf, Roelof Tienkamp Fotografie: Jantina Scheltema

Deel deze publicatie

Stuur deze pagina eenvoudig door of plaats als bericht op social media.