Overal bevrijdingsfeest, 
niet op de eilanden

Bezetter pas op 3 juni 1945 van Ameland


Het Derde Rijk was verslagen, heel Nederland had de vlag uit, overal was het feest. Maar niet op Ameland. Weliswaar haalde Frans Kienstra (‘kapper Franske’) in vermetele uitbundigheid een huzarenstukje uit door de toren van Nes te beklimmen en de Hollandse driekleur te laten wapperen, de vlag moest snel verwijderd worden om de bezetter niet te provoceren

Duitsland mocht dan op 5 mei hebben gecapituleerd, het eiland zuchtte nog weken onder het bewind van zwaar bewapende en gefrustreerde Duitse militairen. Pas op zondag 3 juni werden de laatste bezetters eindelijk van het eiland gehaald.

Na bevrijding nam dreiging toe

De Waddeneilanden kenden een vreemde tussentijd: de oorlog was voorbij, de dreiging was gebleven. Sterker nog: de dreiging was toegenomen.

De verhoudingen tussen de eilanders en de bezetters waren gedurende de gehele oorlog eigenlijk best redelijk geweest. Hoewel de Duitsers al snel het normale leven op het eiland ontwrichtten. Omdat Ameland onderdeel uitmaakte van de beruchte Atlantikwall moesten vakantiehuizen in de duinen worden afgebroken om plaats te maken voor bunkers. Eilanders werden – keurig betaald – ingezet voor de bouw ervan of het graven van loopgraven. Ze voorkwamen hiermee tewerkstelling in Duitsland. In de zomer van ’45 werd Ameland geïsoleerd van de vaste wal: zonder speciaal Ausweis mocht niemand het eiland op of af. Zo was het gedaan met het langzaam op gang komend toerisme. 

Inperking bewegingsvrijheid

Wat de vrijgevochten eilanders vooral stak was de inperking van hun bewegingsvrijheid; ze mochten op hun ‘ouwe pôlle’ niet meer gaan en staan waar ze wilden. Grote delen van het eiland waren verboden terrein en dat betekende dat het vangen van vis of het verschalken van een konijn afgelopen was.

Toch maakten de Duitsers het de eilanders niet lastiger dan strikt noodzakelijk was. Omdat men door de geïsoleerde ligging gebaat was bij een zo goed mogelijke verstandhouding namen ook de Amelanders de situatie grotendeels voor lief in ruil voor het besparen van de ellende die in de rest van het land werd aangericht. Hoewel ook hier – ondanks de overmacht aan Duitse soldaten - wel degelijk verzet werd gepleegd; zo werden onderduikers per beurtschip het eiland opgesmokkeld en speelde het verzet informatie door aan collega’s op vaste wal.

Leve de vrijheid!

Vlag moest snel weer van de toren

Was de relatie tijdens de bezettingsjaren best redelijk geweest, paradoxaal genoeg veranderde dat na de officiële bevrijding van ons land toen de situatie op scherp kwam te staan. Daarom moest de vlag van Frans Kienstra ook zo snel mogelijk weer van de toren.

De bezetter raakte gefrustreerd, kon maar met moeite afstand doen van de macht en spoelde geagiteerdheid en heimwee weg met alcohol. Terwijl overal in het land feest werd gevierd bleef hier de spertijd gehandhaafd, klonk voortdurend het ‘Ausweis bitte’, bleef het licht van de vuurtoren gedoofd en waren grote delen verboden gebied. Langzaam maar zeker trokken de Duitsers zich terug uit het straatbeeld en wachtten gelaten op het einde van hun verblijf. Op zondag 3 juni was het dan eindelijk zover en scheepten ze zich in. Nog dezelfde dag arriveerde de nieuwe burgemeester Roel Walda op het eiland. Het startsein voor een groot volksfeest. 

Tekst: Roelof Tienkamp Foto's: Archief Jan Blaak

Bezetter pas op 3 juni 1945 van Ameland

Overal bevrijdingsfeest, 
niet op de eilanden


Het Derde Rijk was verslagen, heel Nederland had de vlag uit, overal was het feest. Maar niet op Ameland. Weliswaar haalde Frans Kienstra (‘kapper Franske’) in vermetele uitbundigheid een huzarenstukje uit door de toren van Nes te beklimmen en de Hollandse driekleur te laten wapperen, de vlag moest snel verwijderd worden om de bezetter niet te provoceren

Duitsland mocht dan op 5 mei hebben gecapituleerd, het eiland zuchtte nog weken onder het bewind van zwaar bewapende en gefrustreerde Duitse militairen. Pas op zondag 3 juni werden de laatste bezetters eindelijk van het eiland gehaald.

Na bevrijding nam dreiging toe

De Waddeneilanden kenden een vreemde tussentijd: de oorlog was voorbij, de dreiging was gebleven. Sterker nog: de dreiging was toegenomen.

De verhoudingen tussen de eilanders en de bezetters waren gedurende de gehele oorlog eigenlijk best redelijk geweest. Hoewel de Duitsers al snel het normale leven op het eiland ontwrichtten. Omdat Ameland onderdeel uitmaakte van de beruchte Atlantikwall moesten vakantiehuizen in de duinen worden afgebroken om plaats te maken voor bunkers. Eilanders werden – keurig betaald – ingezet voor de bouw ervan of het graven van loopgraven. Ze voorkwamen hiermee tewerkstelling in Duitsland. In de zomer van ’45 werd Ameland geïsoleerd van de vaste wal: zonder speciaal Ausweis mocht niemand het eiland op of af. Zo was het gedaan met het langzaam op gang komend toerisme. 

Inperking bewegingsvrijheid

Wat de vrijgevochten eilanders vooral stak was de inperking van hun bewegingsvrijheid; ze mochten op hun ‘ouwe pôlle’ niet meer gaan en staan waar ze wilden. Grote delen van het eiland waren verboden terrein en dat betekende dat het vangen van vis of het verschalken van een konijn afgelopen was.

Toch maakten de Duitsers het de eilanders niet lastiger dan strikt noodzakelijk was. Omdat men door de geïsoleerde ligging gebaat was bij een zo goed mogelijke verstandhouding namen ook de Amelanders de situatie grotendeels voor lief in ruil voor het besparen van de ellende die in de rest van het land werd aangericht. Hoewel ook hier – ondanks de overmacht aan Duitse soldaten - wel degelijk verzet werd gepleegd; zo werden onderduikers per beurtschip het eiland opgesmokkeld en speelde het verzet informatie door aan collega’s op vaste wal.

Vlag moest snel weer van de toren

Was de relatie tijdens de bezettingsjaren best redelijk geweest, paradoxaal genoeg veranderde dat na de officiële bevrijding van ons land toen de situatie op scherp kwam te staan. Daarom moest de vlag van Frans Kienstra ook zo snel mogelijk weer van de toren.

De bezetter raakte gefrustreerd, kon maar met moeite afstand doen van de macht en spoelde geagiteerdheid en heimwee weg met alcohol. Terwijl overal in het land feest werd gevierd bleef hier de spertijd gehandhaafd, klonk voortdurend het ‘Ausweis bitte’, bleef het licht van de vuurtoren gedoofd en waren grote delen verboden gebied. Langzaam maar zeker trokken de Duitsers zich terug uit het straatbeeld en wachtten gelaten op het einde van hun verblijf. Op zondag 3 juni was het dan eindelijk zover en scheepten ze zich in. Nog dezelfde dag arriveerde de nieuwe burgemeester Roel Walda op het eiland. Het startsein voor een groot volksfeest. 

Leve de vrijheid!

Tekst: Roelof Tienkamp Foto's: Archief Jan Blaak

Deel deze publicatie

Stuur deze pagina eenvoudig door of plaats als bericht op social media.